Farmdesk logo
Deel dit artikel op LinkedIn

Extreme hittestress breekt het bekende patroon in de melkproductie

Wim Govaerts, Lode Slaets

Samenvatting

Eind juni 2026 piekte de temperatuur op honderden Farmdesk-bedrijven drie dagen lang boven 35°C. Bij die intensiteit verloopt hittestress anders dan bij een gewone hittegolf. De melkproductie zakte meer, het vetgehalte steeg eerst in plaats van te dalen, en het ureumgehalte klom, om dan binnen enkele dagen in te storten. Die combinatie wijst op vetmobilisatie en spierafbraak, niet op een gewone terugval in voeropname.

We leggen ook uit hoe je hier het best mee omgaat: van pensbuffers tot een aangepaste energie- en vitaminevoorziening.

Achter de schermen rekent Farmdesk met de Temperature Humidity Index (THI), die temperatuur en luchtvochtigheid combineert tot één maat voor hittestress. Voor de duidelijkheid spreken we in dit artikel over temperatuur in °C.

Het bekende patroon: matige hittestress eind mei

In de Lage Landen kwam hittestress in het verleden hoogstens enkele keren per jaar voor, en dan meestal beperkt tot een paar dagen net boven de dertig graden Celsius. Bij die matige hittestress kennen we het patroon goed: de melkgift daalt, het vetgehalte daalt mee, en het eiwitgehalte volgt met een korte vertraging.

De verklaring zit in de pens. Koeien houden hun pens-pH op peil met bicarbonaat dat via het speeksel binnenkomt tijdens het herkauwen, en dat bicarbonaat maakt het lichaam zelf aan met CO2 als bouwsteen. Zodra een koe begint te hijgen om warmte af te voeren, verliest ze CO2 en daalt de bicarbonaatproductie. Minder bicarbonaat in het speeksel betekent minder pensbuffering, en een verzurende pens remt de azijnzuurproducenten af, de basis van het melkvet. Iets later onderdrukt die verzuring ook de aanmaak van microbieel eiwit, en samen met een lagere glucogene energieaanvoer door de gedaalde voeropname zet dat ook de melkeiwitsynthese onder druk. De lagere voeropname zelf komt doordat koeien de warmte die vrijkomt bij de vertering van hun rantsoen niet meer kwijt kunnen: ze eten minder om zichzelf niet extra op te warmen.

Op onze bedrijven zagen we dat patroon duidelijk terug tijdens de eerste warme periode van eind mei 2026, toen de temperatuur voor enkele dagen naar 28 à 31°C liep (figuur, lichtroze band). De melkproductie zakte er met ruim 1 kg per koe per dag, het vetgehalte bleef op zijn dalende lijn, en het ureumgehalte liep op tot iets boven 25,5 mg/100g. Vervelend, maar herkenbaar, en met pensbuffers en afkoeling grotendeels te temperen.

Verloop van temperatuur, melkproductie, vet-, eiwit- en ureumgehalte op Farmdesk-bedrijven, mei–juli 2026. De lichtroze band (eind mei) markeert matige hittestress, de tweede band (17–28 juni) de extreme hittestress.

Eind juni 2026: wanneer de temperatuur boven 33°C komt

Eind juni 2026 was anders. Van 24 tot en met 27 juni bereikte de temperatuur op onze bedrijven waarden boven 33°C, met weinig afkoeling ’s nachts (figuur, donkerrode band). In de stal en op de weide was het meteen zichtbaar: koeien hijgden zwaarder, vraten minder, en er vielen hier en daar sterfgevallen door oververhitting. Wat de melkveehouders vervolgens aan de melkrobot of in de tankwagen zagen, klopte niet met het gekende patroon: het vetgehalte steeg aanvankelijk in plaats van te dalen, en het ureumgehalte liep volledig los van de rantsoenering.

Wat de cijfers over honderden bedrijven laten zien

Een analyse achteraf (a-posteriori) over honderden hoogproductieve Farmdesk-bedrijven in Vlaanderen en Nederland bevestigt dat beeld (figuur 1). Tussen 18 en 27 juni zakte de gemiddelde productie van ruim 33 kg melk naar een dieptepunt van minder dan 29 kg melk per koe per dag, een terugval van meer dan 4 kg melk en daarmee sneller en dieper dan bij de hittegolf van mei. Het vetgehalte deed het tegenovergestelde van wat we bij matige hittestress zien: het klom van 4,06% naar een piek van 4,15% op 25 juni. Het eiwitgehalte zakte in diezelfde periode ononderbroken door, van 3,38% naar een dieptepunt van 3,24% op 27 juni. Het ureumgehalte liep op van 22,5 mg/100g naar bijna 27,4 mg/100g, om dan tegen 3 juli in enkele dagen in te storten tot 19,1 mg/100g, het spiegelbeeld van de piek.

Zodra de hittegolf op 28 juni eindigde, herstelden productie en vetgehalte stelselmatig. Eiwit- en ureumgehalte hadden meer tijd nodig en bereikten pas half juli opnieuw hun niveau van voor de hittegolf.

De verklaring: van vetmobilisatie tot leverbelasting

Die combinatie, stijgend vet, dalend eiwit, sterk stijgend ureum, en dat alles bij een fors gedaalde productie, wijst niet op een pensprobleem alleen, maar op een koe die op haar lichaamsreserves teert. Bij een zo lage voeropname kunnen hoogproductieve koeien de vraag van hun melkproductie niet meer met voer dekken. Ze mobiliseren vet uit hun reserves om toch energie te leveren, en dat is het metabole beeld van een negatieve energiebalans, met slepende melkziekte als bekend eindpunt: stijgend vetgehalte omdat gemobiliseerd vet via de melk zijn weg vindt, en dalend eiwitgehalte omdat de ribosomen in de melkkliercellen bij energietekort niet meer vlot melkeiwit kunnen synthetiseren.

Het sterk stijgende ureumgehalte wijst op een volgende stap: als vetafbraak niet volstaat, breekt het koeienlichaam ook spierweefsel af. De eiwitten en aminozuren daaruit dienen dan als energiebron. Wat overblijft na verbranding van die aminozuren, klit de lever samen tot ureum, dat via de nieren de urine opzoekt en ondertussen ook via de melk verschijnt. Voor de lever is dat een dubbele belasting: ze verwerkt al de ketonen uit de vetafbraak, en krijgt er nu de ureumproductie bovenop.

Wat helpt: buffers, energie en beschermende vitamines

Pensbuffers en afkoeling blijven de eerste verdedigingslijn, bij matige én extreme hittestress. Bij extreme hittestress verdient de energievoorziening extra aandacht. Voldoende glucogene energie, desnoods aangevuld met propyleenglycol of glycerol, levert energie met een beperkte pensbelasting. Ook de vetvoorziening verdient aandacht, maar niet zomaar: een scheut sojaolie zet de pens net extra onder druk. Beter werkt vet dat pas na de pens vrijkomt, zoals koudgeperste zonnebloem- of koolzaadschilfers, volvette zonnebloempitten, of, makkelijker verkrijgbaar via de veevoederhandel, bestendig palmvet.

Omdat de lever in deze fase zwaar belast wordt, lonen leverbeschermende B-vitamines: niacine en bestendig choline, eventueel aangevuld met bestendig methionine als methyldonor voor de antioxidantrespons, samen met vitamine E en selenium. Koeien maken zelf vitamine C aan, maar die aanmaak komt bij sterke hittestress onder druk. Extra vitamine C spaart dan de vitamine E- en seleniumvoorraad en helpt de koe de oxidatieve stress van extreme hitte te doorstaan.

"Hittestress kent gradaties, en de effecten op de koe verschillen naargelang de intensiteit. Vanuit Farmdesk Climate volgen we de klimaatvoetafdruk van de melk op; deze zomer leerde ons dat diezelfde klimaatmonitoring ook vroeg waarschuwt voor wat de hitte zelf met de koe doet."

Over de auteurs

  • Wim Govaerts richtte na het behalen van zijn Master Landbouwkunde een adviesbureau op dat gespecialiseerd is in technisch en bedrijfseconomisch advies voor bedrijven met melkproducerende herkauwers. Binnen Farmdesk is hij -naast zijn bestuursfunctie- actief als landbouwkundig expert, waar hij een uitgebreide theoretische kennis combineert met praktische ervaring.

  • Lode is Master in de Fysica en binnen Farmdesk werkzaam als data analyst en klimaatwetenschapper.